Arbeidsrecht
Bewindvoering
Contractenrecht
Incasso's, geldvorderingen
Ondernemingsrecht
Personen- en Familierecht
Sociale Zekerheid
Strafrecht
Letselschade
Vreemdelingenrecht


 

Rechtsgebieden - Bewindvoering

Bewindvoering
 
Minnelijk traject
Op het moment dat u niet meer aan uw financiële verplichtingen kunt voldoen en er betalingsachterstanden zijn ontstaan, is het mogelijk een beroep te doen op schuldhulpverlening. Om hiervoor in aanmerking te komen, kunt u zich melden bij de gemeente of een particuliere schuldhulpverleningsorganisatie. Dit wordt het minnelijk traject genoemd. Bij dit minnelijke traject maakt de gemeente of de particuliere organisatie in regio Oosterhout/Dongen vaak gebruik van de StadsBank Midden Nederland of de Gemeentelijke Kredietbank Breda (GKB). Het is van belang dat bij problematische betalingsachterstanden zo snel mogelijk contact wordt opgenomen met een schuldhulpverleningsinstantie, om de slagingskans van het minnelijk traject te vergroten en verdere achterstanden te voorkomen.
 
In het minnelijke traject krijgt u een schuldhulpverlener toegewezen, ook wel een case-manager genoemd. Deze schuldhulpverlener zal samen met u de schulden in kaart brengen. Zodra er een overzicht van de schulden is gemaakt, zal de hulpverlener de schuldeisers benaderen en proberen met hen een regeling te treffen. Om aan de schuldeisers een voorstel te kunnen doen, wordt er een berekening gemaakt van het vrij te laten bedrag (vtlb).[1] Het vrij te laten bedrag is het bedrag dat u kunt gebruiken voor het betalen van de vaste lasten en overige (noodzakelijke) levensbehoeften. Het bedrag boven het vtlb wordt gebruikt om een betalingsregeling te treffen met de schuldeisers. Vaak wordt er een betalingsregeling getroffen, waarbij de schuldeisers maandelijks een bedrag uitgekeerd krijgen. De duur van deze betalingsregeling zal worden vastgesteld op 36 maanden. Het is ook mogelijk om de schuldeisers een aanbod te doen in de vorm van een saneringskrediet. Op basis van de berekening van het vrij te laten bedrag, wordt bepaald hoeveel u gedurende 36 maanden kunt  aflossen. Voor het bedrag dat u kunt aflossen, wordt een krediet verleend door de StadsBank of het GKB. Met dit krediet wordt een voorstel gedaan aan de schuldeisers. Indien zij instemmen met het aanbod, krijgen zij het bedrag dat aan hen toekomt in een keer uitbetaalt. U lost dan het krediet gedurende 36 maanden af aan de kredietinstelling. Voor beide regelingen geldt dat alle schuldeisers vrijwillig met het voorstel moeten instemmen.
 
Naast het doen van een voorstel aan de schuldeisers, biedt het minnelijke traject de mogelijkheid tot budgetbeheer, budgettraining of budgetbegeleiding. Dit houdt in dat de schuldhulpverlener nagaat in hoeverre u zelf in staat bent uw financiële zaken in goede banen te leiden. Mocht de hulpverlener van mening zijn dat u hiertoe onvoldoende inzicht heeft, dan kan de hulpverlener u aanmelden voor een van de voornoemde mogelijkheden voor begeleiding. Soms kan de schuldhulpverlener u verplichten daaraan deel te nemen.
 
In het minnelijke traject gelden (net als in het wettelijke traject) een aantal verplichtingen. U dient de schuldhulpverlener informatie te geven over de aard en de omvang van de schulden. Ook mag u tijdens het doorlopen van het minnelijke traject geen nieuwe schulden laten ontstaan. De Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) heeft gedragcodes opgesteld, waarin deze en andere verplichtingen in het minnelijke traject zijn opgenomen. U kunt deze gedragscodes vinden op de website www.nvvk.eu onder profiel. Voor vragen over schuldhulpverlening of een aanvraag tot schuldsanering in het minnelijke traject, kunt u eveneens terecht op de website van de NVVK.
 
Sinds 1 januari 2008 is de positie van het minnelijk traject versterkt. Indien in het minnelijke traject de schuldeisers niet vrijwillig instemmen met een schuldenregeling, kan bij de rechtbank om een dwangakkoord[2] worden verzocht. De schuldeiser die niet instemt met het aanbod in het minnelijk traject, kan door de rechtbank worden gedwongen alsnog mee te werken. Dit is het geval indien hij in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot weigering van de medewerking aan een aangeboden schuldenregeling.
 
Wettelijk traject
Bij het verzoek tot een dwangakkoord bij de rechtbank, moet een gemeentelijke verklaring worden toegevoegd. Deze verklaring wordt door de gemeente opgesteld en is een verzoekschrift aan de rechtbank op grond van artikel 284 en 285 Faillissementswet (Fw) voor de toepassing van het wettelijke traject. Als het dwangakkoord door de rechtbank wordt afgewezen, wordt het verzoekschrift behandeld. Indien de rechtbank van oordeel is dat u voldoet aan de vereisten van het wettelijke traject, zal op u de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) van toepassing worden verklaard. De vereisten voor het wettelijk traject zijn [3]:          
-         niet kunnen voortgaan met het betalen van de schulden;
-         aantoonbaar dat het minnelijk traject niet mogelijk is;
-         te goeder trouw ten aanzien van de schulden;
-         geen vrees voor benadeling van de schuldeisers;
-         geen vrees voor het niet nakomen van de verplichtingen uit de WSNP.
 
Als de WSNP op u van toepassing wordt verklaard, wordt door de rechtbank een rechter-commissaris (rc) en een bewindvoerder aangewezen. De bewindvoerder kan werkzaam zijn bij een gemeentelijke kredietbank, stadsbank, particuliere organisatie of een advocatenkantoor. Bij complexe zaken, wordt er vaak een advocaat als bewindvoerder aangewezen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een onderneming.
 
De uitspraak tot de toelating tot de WSNP wordt gepubliceerd in de Staatscourant en in het Centraal Insolventieregister, welke is te raadplegen op www.rechtspraak.nl onder registers. Schuldeisers die zich nog niet hebben gemeld in het minnelijke traject (en dus niet bekend zijn bij de bewindvoerder), kunnen hun vordering op basis van de bekendmaking alsnog in het wettelijke traject indienen.
 
Ieder half jaar maakt de bewindvoerder een verslag over de voortgang van de WSNP. Deze verslagen worden toegezonden aan de rechter-commissaris, u ontvangt van de verslagen een kopie. Voor het opstellen van het verslag en de berekening van het vtlb zijn de Richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen en het vtlb-rapport van toepassing[4]. Bij het verslag zit een berekening van het vrij te laten bedrag. Vaak mag u het vtlb zelf behouden, soms gaat het naar de StadsBank of het GKB. Deze instanties treffen met u een regeling hoe met het vtlb wordt omgegaan. Dit houdt in dat het mogelijk is dat zij het vtlb naar u overmaken, zodat u uw vaste lasten kunt voldoen of dat de instanties (in de vorm van budgetbeheer) de vaste lasten voor u betalen. In het laatste geval ontvangt u van de StadsBank of het GKB zakgeld, waarvan u boodschappen kunt doen. Het bedrag boven het vtlb wordt gespaard op de boedelrekening die de bewindvoerder heeft geopend. U heeft geen toegang tot deze boedelrekening.
 
In het verslag aan de rechter-commissaris wordt ingegaan op de verplichtingen uit de WSNP. Deze verplichtingen zijn:
 
Informatieplicht: voor het maken van de verslagen dient u de benodigde informatie aan de bewindvoerder te geven. Dit gaat om informatie waar de bewindvoerder om verzoekt, maar ook om informatie waarvan u vermoedt dat deze van belang is voor het verloop van de WSNP. U heeft dus een actieve en een passieve informatieplicht.
 
Arbeids- en sollicitatieplicht: tijdens de schuldsanering moet u zich optimaal inspannen zo veel mogelijk gelden op de boedelrekening te sparen voor de schuldeisers. U bent verplicht minimaal 36 uur per week te werken. Indien u minder werkt, moet u voor de overige uren maandelijks vier keer schriftelijke solliciteren. Van deze sollicitaties moet u een kopie naar de bewindvoerder sturen. Als u geen werk heeft, geldt eveneens de verplichting van vier schriftelijke sollicitaties per maand. Daarnaast moet u zich inschrijven bij het CWI. Soms heeft het CWI of de gemeente bepaald dat u niet hoeft te solliciteren. Dit geldt niet per definitie ook voor de WSNP. Slechts onder bijzondere omstandigheden, kan bij de rechter-commissaris om ontheffing van de arbeids- en sollicitatieplicht worden verzocht. Pas op het moment dat deze ontheffing is verleend, hoeft u niet te werken of te solliciteren. Indien u 36 uur per week werkt,  moet u er alles aan doen dit werk te behouden. In de WSNP is er een regeling voor schuldenaren die overwerken. Van het overwerk mag u 50% behouden, de andere 50% wordt afgedragen aan de boedel. Dit heeft tot gevolg dat u het vtlb + 50% van de overuren maandelijks te besteden heeft.
 
Boedelafdracht: zoals hierboven aangegeven wordt er een berekening gemaakt van het vtlb. Dit is het gedeelte dat u mag behouden. Het meerdere valt in de boedel. Indien uw inkomen lager is dan het vtlb, moet in ieder geval de minimale boedelafdracht aan de boedel worden voldaan. Dit bedrag wordt jaarlijks in juli vastgesteld en staat in het toelatingsvonnis tot de WSNP vermeld. Niet alleen de inkomsten uit arbeid of uitkering vallen in de boedel, maar ook onder andere belastingteruggaven, uitkeringen van verzekeringen of de teruggaaf van een energiemaatschappij op basis van de jaarafrekening.
 
Geen nieuwe schulden: tijdens de WSNP dient u rond te komen van het vrij te laten bedrag en mag u geen nieuwe schulden laten ontstaan. Soms kan de bewindvoerder u verplichten deel te nemen aan budgetbeheer of budgetbegeleiding, indien u zelf onvoldoende in staat bent uw financiële zaken in goede banen te leiden. Daarnaast mag u tijdens de WSNP niet afbetalen op schulden die zijn ontstaan voor de uitspraak van de WSNP. De schulden die voor de uitspraakdatum zijn ontstaan, worden meegenomen in de schuldsanering. De schuldeisers krijgen op het eind van de WSNP uitgekeerd. Hierop zijn enkele uitzonderingen van toepassing, zoals een studieschuld bij de IB-groep en strafrechtelijke boetes. De schone lei is hierop niet van toepassing.
 
Nakomen van de afspraken: de afspraken die de bewindvoerder met u maakt, dient u na te komen. Vaak hebben deze afspraken betrekking op de invulling van de  verplichtingen uit de WSNP of op het herstellen van de niet-nakoming van de verplichtingen. Van u wordt verwacht dat u zich op een juiste wijze gedraagt. U dient normaal te communiceren met de bewindvoerder en een optimale medewerking te verlenen.
 
Gedurende de eerste 13 maanden van de WSNP ligt er een postblokkade op uw adres. Dit houdt in dat de post die aan u geadresseerd is, bij de bewindvoerder wordt bezorgd. De bewindvoerder maakt afspraken met u voor het doorzenden en/of het ophalen van de post. Hierdoor ontvangt u de post enige tijd later. 
 
De rechtbank zal uw schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen, of op het eind van de rit de schone lei niet verlenen, indien u:
 
-         geen of onjuiste informatie vertrekt aan de bewindvoerder;
-         de informatie te laat verstrekt;
-         nieuwe schulden laat ontstaan;
-         niet de juiste afdracht doet aan de boedel;
-         zich onvoldoende inspant op de arbeidsmarkt.      
 
Voornoemde heeft als gevolg dat de schuldsanering zal worden omgezet in een faillissement. Ook is het mogelijk dat op het einde van de rit geen schone lei wordt verleend. U blijft in beide gevallen met de schulden zitten. Indien u wel voldoet aan de verplichtingen van de WSNP, zal aan u de schone lei worden verleend. Dit houdt in dat de schuldeisers het aan hen toekomende bedrag van de boedelrekening krijgen uitgekeerd. De vordering die na de uitdeling overblijft is rechtens niet meer afdwingbaar, omdat deze wordt omgezet in een zogeheten natuurlijke verbintenis. U hoeft de restantvordering dan ook niet meer te voldoen.
 
Vanuit het faillissement naar de WSNP
Op het moment dat één of meer schuldeisers om een faillissement verzoekt van een natuurlijk persoon (niet zijnde een rechtspersoon), kan binnen 14 dagen na de uitspraak van het faillissement om opheffing van het faillissement worden verzocht met het verzoek tot het gelijktijdig van toepassing verklaren van de WSNP.[5] Als de schuldenaar zelf een faillissement heeft aangevraagd, kan het verzoek tot omzetting tot aan de verificatievergadering in het faillissement worden gedaan. Indien geen verificatievergadering wordt gehouden wegens een vereenvoudigde afwikkeling, kan om omzetting worden verzocht tot het moment dat de rechter-commissaris een beschikking afgeeft, waarin voornoemde wordt vastgelegd. Alleen de gefailleerde zelf kan om omzetting verzoeken, waarbij hij een verzoekschrift als bedoeld in 284 Fw indient.
 
Bij een verzoek tot faillissement door de schuldenaar, is bij een huwelijk (lees tevens geregistreerd partnerschap) met gemeenschap van goederen toestemming vereist van de echtgenoot. Dit is vereist omdat het faillissement van een van de echtgenoten, tevens het faillissement van het vermogen van de andere echtgenoot inhoudt. Bij het verzoek tot omzetting in een WSNP is geen toestemming van de andere echtgenoot vereist. Het is wel raadzaak voor beide echtgenoten een WSNP aan te vragen, omdat de failliete boedel van een van de echtgenoten voorrang heeft op de boedel in de WSNP. Tijdens de WSNP zijn de gevolgen voor de gemeenschap van de goederen (en daardoor ook het vermogen van de andere echtgenoot) niet anders dan wanneer het faillissement van een van de echtgenoten wordt voortgezet. Als gevolg van de toepassing van de WSNP, vindt er een andere verdeling plaats onder de preferente en concurrente schuldeisers dan in het faillissement. 
 
Een verzoek tot omzetting van een faillissement in een WSNP wordt niet gehonoreerd indien het faillissement is ontstaan wegens (tussentijdse) beëindiging van de WSNP waarbij geen schone lei is verleend. Ook geldt voor de beoordeling tot omzetting de weigeringsgronden uit 288 Fw. Als de omzetting door de rechtbank wordt gehonoreerd, gelden dezelfde vereisten als genoemd onder het wettelijke traject.
 
Mocht u verder nog vragen hebben, dan kunt u natuurlijk altijd telefonisch contact opnemen met ons kantoor of ons een e-mail sturen.
 
Schuldhulp gemeente Dongen:
 
 
                         


[1]  U kunt zelf een berekening van het vtlb maken op www.wsnp.rvr.org.
[2] Artikel 287a Faillissementswet.
[3] Artikel 288 Faillissementswet.
[4] Deze richtlijnen en het vtlb-rapport zijn opgesteld door de Recofa en zijn te vinden op www.wsnp.rvr.org.
[5] Artikel 15b Faillissementswet.