Terughoudende opstelling kantonrechters bij ontbinding arbeidsovereenkomst?

Sinds 1 juli 2015 is de kantonrechtersformule vervangen door de transitievergoeding. De transitievergoeding is een stuk lager dan de kantonrechtersformule. Bovendien is deze vergoeding een vast en gemaximeerd bedrag. Bij de kantonrechtersformule had de kantonrechter nog de mogelijkheid de hoogte van het bedrag te baseren op de mate van de verwijtbaarheid van de werknemer of de werkgever. Hierdoor had de kantonrechter tevens meer ruimte een financieel passende oplossing voor het geschil te bieden. Deze mogelijkheid heeft hij door invoering van de transitievergoeding echter niet altijd meer. Enkel indien de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, kan de kantonrechter een aanvullende billijke vergoeding toekennen.

In een onlangs gevoerde procedure besliste de kantonrechter ook de arbeidsovereenkomst niet te ontbinden. In deze procedure speelde het volgende. Een werknemer was reeds vijftien jaren in dienst in de functie van veilingmedewerker. Tijdens een verhitte discussie met een collega, die de werknemer daarbij fysiek bedreigde, heft de werknemer zijn knie. Dit is voor werkgever reden een ontbindingsverzoek bij de kantonrechter in te dienen wegens een verstoorde arbeidsrelatie.

De kantonrechter was in onderhavige kwestie echter van mening dat de arbeidsrelatie niet dusdanig was verstoord dat van de werkgever niet langer gevergd kon worden de werknemer in dienst te houden. Hierbij nam de kantonrechter onder meer in overweging dat de werknemer reeds vijftien jaar in dienst was en dat zich in het verleden nimmer een geweld gerelateerd incident heeft voorgedaan. Daarenboven achtte de kantonrechter het aannemelijk dat de werknemer zich bedreigd had gevoeld en dat hij daarom zijn knie in een reflex had geheven. Volgens de kantonrechter had de werkgever moeten kiezen voor een minder ingrijpende maatregel dan ontslag. Hij ontbond daarom de arbeidsovereenkomst niet.